Uitspraken

Anderen over Liesbeth List:


Boudewijn de Groot op voormalige fansite Liesbeth List, gericht aan Liesbeth: "Ik houd van je en van je passie en drang om te willen zingen en er zijn zoveel mensen die hetzelfde voelen, dat je geen enkele reden hebt om voorzichtig te zingen. Als je onzeker bent over je stem, zing er dwars doorheen. Hij heeft zo"n mooie kleur, die moet je koesteren. Zekerheid is de motor waar het allemaal op draait."

Hans van Willigenburg op voormalige fansite Liesbeth List: "Samenwerken met Liesbeth voelt nooit als werken."

Corry Brokken: "Liesbeth List, dat vind ik een topwijf!"


Benny Neyman: " Het concert met het Helmonds Muziek Corps en met Liesbeth List was een feest om te doen. Het orkest was subliem en Liesbeth blijft gelukkig nog steeds Liesbeth: klein van gestalte maar groots in uitstraling en talent."​

Jacques d'Ancona: "Vijfendertig jaar weet ze je ernstig in verwarring te brengen. Ondanks, maar vooral ook dankzij alles wat Liesbeth List sinds 1965 ondernam heeft haar naam een legendarische klank."

Henk van Gelder: "List is, eens te meer, een zangeres met allure."

Hein Janssen: "Gepassioneerd zingend is List op haar best, een tekst tot in elke lettergreep interpreterend, een unieke samenvoeging van liedkunst en performance."

Cornald Maas: "Liesbeth List is de zangeres die ik al sinds mijn kinderjaren bewonder, en die haar vocale kwaliteiten immer trouw is gebleven - óók als het haar minder voor de wind ging. En ik vind haar bovenal een warme en genereuze persoonlijkheid. Ik ken in het circuit van topvocalisten en BN-ers bijna niemand die zo bereid is andermans talent te onderkennen en te loven."

Wim Sonneveld: "Liesbeth List is een sterke introverte persoonlijkheid met een enorme aanwezigheid, een minimum aan gebaren en daardoor een maximum aan kracht."

Boudewijn de Groot op voormalige fansite Liesbeth List: "Als ik denk aan Liesbeth gaat mijn herinnering vaak terug naar het appartement in Amsterdam waar ze in de jaren "60 woonde en waar ik gedurende een korte periode vaak kwam om muziek voor te zingen, die ik had geschreven op teksten van Lennaert Nijgh en Cees Nooteboom. Ik voelde me altijd nogal onzeker in het gezelschap van haar en Cees, omdat ik me in die tijd nog afvroeg of wat ik geschreven had wel genoeg kwaliteit had en voldeed aan hun eisen. Ze waren na afloop altijd erg enthousiast, dus ik verliet het pand altijd vrolijker dan ik er binnenkwam."

Angela Groothuizen: ".. Al zijn er voorbeelden genoeg van zangeressen die niets aan kwaliteit inboeten. Neem Liesbeth List. Die moet blijven zingen tot ze 120 jaar is."

Jan Tekstra op voormalige fansite Liesbeth List: "Ik denk wel eens terug aan de keer dat Liesbeth List mij spontaan belde om me te complimenteren met de voor haar geschreven liedjes. Ze was zo oprecht enthousiast en wars van maniertjes, dat maakte grote indruk."

Jos Brink over Liesbeth List, n.a.v. Het Hemelbed, De Musical , in De Telegraaf (03): "Ik wilde al jaren iets samen met Liesbeth doen, maar zij was altijd een soort onbereikbare liefde. Zij is de theaterbruid van Ramses Shaffy. Dus ik had nooit een kans. Maar ik vond haar altijd al een interessant wijf, met waanzinnige capaciteiten."

Albert Verlinde, in RTL Boulevard (2003): "Als ik een Bastiaan Ragas bij het slotapplaus pal voor Liesbeth List zie staan, dan denk ik: Jij kent de theater-etiquette nog niet."

Daan Bartels, in Squeeze (2003): "Liesbeth List is een diva. Haar uitstraling is groter dan zijzelf is. Klein van postuur en vol van eenvoud is ze, maar haar mimiek heeft iets overdrevens. Je herkent een actrice in haar. Als ze in de nieuwste creatie van Ronald Kolk in de spotlight een lied acteert, vergroot ze alles uit."

Micheline van Hautem, n.a.v. het herdenkingsconcert voor Jacques Brel (2003): "Liesbeth List deed me denken aan de verhalen die ik hoor van Edith Piaf. Zij was bijna onzichtbaar naast het podium maar eens onder de spotlights groeide zij bij elke noot, bij elke song, bij elk applaus. Ik ben niet zo gewoon om duetten te zingen en ze hielp me door te zeggen dat ze naar mij zou kijken terwijl ik zong. Zodanig dat het publiek dat ook alleen maar kan. Ik heb dat dan ook gedaan terwijl zij aan het woord was. En dat werkte perfect. Het is van een grote madam dat je kan leren."

Ernst Daniël Smid over de jaren '60/'70: "Wie was er in die tijd niet verliefd op Liesbeth List?"

Cees van Leeuwen, bij de benoeming van Liesbeth List tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw: "Als staatssecretaris van cultuur wil ik toch nog even met u van gedachten wisselen. Over de betekenis van deze prachtige zangeres - Liesbeth List - voor de Nederlandse cultuur."

​Frederique Spigt eerste gedachte bij de vraag naar haar Liesbeth List-gevoel (05): "List voor wie warmte mist."

Huub van der Lubbe in Wintertijd (2005): "Wat ik fascinerend vind aan Liesbeth List, waarom ik haar ook heel goed vind, is dat zij zich kan transformeren. Zodra ze gaat spelen en zingen en alles zit 'd'rop en d'ran', dan is ze iemand anders. Je kan haar tien minuten later buiten tegenkomen, zonder al die dingen en je loopt d'r straal voorbij. En dat vind ik erg goed." 


Anderen over Liesbeth List & Ramses Shaffy


Kick van der Veer in VARA TV-Magazine: "Ik vond Ramses en Liesbeth altijd zo sterk als duo omdat zij zo uitstraalden dat ze van elkaar hielden en houden. Er was bij hen geen sprake van jaloezie. Dat ontroert mij. Maar ze hebben het nooit met elkaar gedaan, misschien dat dat veel verklaart. Vreemd eigenlijk, hè. Toch eens aan Liesbeth vragen of ze niet door Ramses geërotiseerd was."

Marcoen Hopstaken, presentator BNN: "Een van de Nederlandse zangers wie ik nog steeds waardeer is Ramses Shaffy. Ik weet niet waarom, maar ik heb iets met Ramses Shaffy. Het repertoire ken ik niet eens zo heel erg goed. Ja, Sammy en Laat me , maar in mijn platenkast ontbreekt Shaffy. Misschien wel omdat je bij een plaat van Ramses Shaffy ook altijd die vervelende Liesbeth List krijgt. Want wat hij daar toch in gezien heeft. ... Uitgerekend diezelfde Liesbeth List zingt in haar nieuwe show een lied over hem. Op tekst van Friso Wiegersma. Ik zal het Liesbeth List niet horen zingen."

Wim Kok tegen Ramses Shaffy, in VARA TV-magazine (jaren 90): "We draaiden die plaat van u met Liesbeth List grijs."

John Engels (drummer) (03): "Ik heb wel commerciële dingen gedaan hoor, bijvoorbeeld met Ramses Shaffy en Liesbeth List. Daar heb ik hele goeie herinneringen aan. Geweldige musici, die hadden wat ik noem het heilige vuur." 



Ramses Shaffy over Liesbeth List


Ramses Shaffy ten tijden van zijn gastoptredens in Van Shaffy tot Piaf (04): "Ik kijk naar haar vanuit de coulissen en dan adem ik haar in."
Ramses Shaffy: "Toen ik haar in 1962 voor het eerst zag in Le Fiacre dacht ik: Deze kies ik voor het leven."
Ramses Shaffy in de televisie-uitzending Van Shaffy tot Piaf (02): "Ze kan mensen in hun hart raken en daarom hou ik van haar. Ze raakt mij ook in m"n hart."
Ramses Shaffy in Elsevier n.a.v. de documentaire Ramses (02): "Natuurlijk zal ik op de première zijn. Liesbeth is al bezig nieuwe kleren voor me te kopen".
Ramses Shaffy in TROS-kompas (03): "Die bijzondere band tussen Liesbeth en mij, dat is liefde. Liesbeth is het grootste geschenk in mijn leven. 



Liesbeth List over Liesbeth List


Liesbeth List (04): "Meisjes van boven de 45 vinden het niet leuk als ze steeds met hun leeftijd worden geconfronteerd. Zo, dat is een statement!"
Liesbeth List (04): "Ik ben het met Marlene Dietrich eens: als ik dood ga hoeft men niet te weten hoe oud ik ben geworden."
Liesbeth List in Het Nieuwsblad (04): "Als je geduld hebt, komt er wel weer een generatie die je herontdekt."
Liesbeth List in Santé (01): "Ik heb de mysteries van mijn ouders ontrafeld, ik weet dat ik uit liefde ben gemaakt."
Liesbeth List in Santé (01): "Als je bij mij de juiste kleuren op de juiste plaats zet dat komt dat List-gezicht naar voren."
Liesbeth List n.a.v. Koninklijke onderscheiding (02): "Ik ben niet gehuldigd als artiest, maar bekroond als mens."
Liesbeth List over de portretten die kunstenaars van haar maakten, in Beau (00): Je ziet eruit zoals de kunstenaar je ziet. Paul Citroen heeft mij getekend en daarop ben ik joods. Een Indische portrettekenares maakte me Indisch. Jean Paul Vroon heeft me geschilderd als de zangeres en als Ramses me tekende, kreeg ik altijd melancholieke ogen."
Liesbeth List over haar biografie Het voorlopige leven van Liesbeth List (02): "Het boek van Alex Verburg gaat over mijn voorlopige leven. Ik ben namelijk van plan op 150 jaar oud te worden."
Liesbeth List in RTL Boulevard (03): "Ik was 17 toen ik besloot beroemd te worden, maar ik wist toen nog niet als wat." 


 

Het recht op bewondering - Bas Heijne


Op 14 oktober 1994 publiceerde het NRC Handelsblad op Pagina 6 het artikel van Bas Heijne, dat voor Liesbeth List haar carrière in een klap in positieve zin bevestigde. Toen zij ruim zeven jaar later een persoonlijke noot schreef in een exemplaar van haar biografie dat zij Bas Heijne schonk, luidde de tekst: "Jij bent mijn wederopstanding". Hieronder de tekst van Liesbeths rehabilitatie:


Het recht op bewondering; Liesbeth List, slachtoffer van de schroom voor het Nederlandse lied
Het Nederlands lied is gevaarlijk terrein: een Nederlandse zanger goed vinden, dat brengt risico"s met zich mee. Liesbeth List is hiervan het slachtoffer. Ze zou elk jaar een cd moeten maken en om het jaar een Edison moeten krijgen. In werkelijkheid verscheen onlangs haar eerste plaat sinds veertien jaar.
Liesbeth List: idem. Sony Music, 477649 2. Op 20 november treedt Liesbeth List samen met Ramses Shaffy op in het Concertgebouw.


Het Nederlandse lied is als de Nederlandse film: soms lijkt het ergens op, maar niemand gelooft dat het ooit wat wordt. Wat ontbreekt is vanzelfsprekendheid. Zingen in het Nederlands is altijd de uitzondering, nooit de regel. Net als bij de film lijkt populair succes alleen weggelegd voor de Dick Maasen van de nederpop; de hitparade wordt sinds jaar en dag bevolkt door zingende Ma Flodders, die wild om zich heen slaan met het Nederlandse rijmwoordenboek. De zanger of zangeres die iets hoger mikt dan Dikke lul (van de Dikke Lul Band, deze week op 3 in de Megatop 100), wordt vanzelf een vertegenwoordiger van de Goede Zaak. Of hij nu wil of niet, zo'n zanger pleegt onwillekeurig een daad van verzet, doet een duit in het zakje van het betere Nederlandse lied. Dat lijkt mooi, maar werkt averechts; het lied dat in het Nederlands wordt gezongen blijft zo een kasplantje, beverig en onvolgroeid, iets dat beschermd en gekieteld en aangemoedigd moet worden en dus - zo gaat dat - nooit vanzelf spreekt.


Van dat akelige zelfbewustzijn hebben ook veel luisteraars last. Nooit kom ik eens ergens op bezoek waar zomaar een Nederlands lied klinkt, zonder uitleg of verontschuldiging of ironisch commentaar. Een kennis van mij bekende onlangs beschroomd Zeg me dat het niet zo is van Frank Boeijen een mooi liedje te vinden; hij moest er van hemzelf wel meteen bijzeggen dat hij geen cd van hem in huis had. Een Nederlandse zanger goed vinden, dat brengt risico's met zich mee.


Ik weet niet wie ooit bedacht heeft dat popmuziek democratisch zou zijn. Geen kunst is zo doortrokken van snobisme en op geen enkel ander gebied kun je je sociaal zo sterk profileren als met je smaak. Het Nederlandse lied is gevaarlijk terrein; met rock 'n roll heeft het niets te maken, laat staan met avant-garde en je loopt al snel het gevaar dat iedere kromme zin of verkrampt poëtisch beeld jou persoonlijk wordt aangerekend. Zolang erom geglimlacht kan worden, zoals om het kindvrouwtje Willeke of het campvrouwtje Imca Marina, loopt niemand het gevaar zijn vingers te branden. Maar verder is het Nederlands lied een sociaal mijnenveld, waarin je maar beter niet kunt begeven.


Mooiste stem 

Als die nationale schroom en gêne één slachtoffer heeft gemaakt is het wel Liesbeth List. Zij heeft nog altijd de mooiste stem van alle zangeressen die in het Nederlands zingen. Toch ligt tussen haar nieuwe cd, die ze onder de hoede van Frank Boeijen maakte, en haar vorige ruim veertien jaar. Veel gezongen heeft ze in die jaren niet, geloof ik; haar genre is het chanson en dat lijkt het afgelopen twee decennia een zachte dood gestorven, net als al het andere dat Frans was in Nederland. Haar naam roept daarom vooral associaties op met een verleden waarin het literaire lied nog vanzelf sprak: Shaffy Chantant, Amsterdam in de jaren zestig, Pastorale, Brel, de vertalingen van Ernst van Altena, Gréco, Theodorakis. In de jaren dat ik opgroeide, de jaren zeventig, was het allemaal al minder geworden; Liesbeth List kende ik toen vooral als de zangeres van de Hollandse kraker Kinderen een kwartje .


Het is voor een zanger moeilijk om te concurreren met de nostalgie die aan zijn naam kleeft. List (1941) heeft het moeilijker dan de meesten. Ze is geen volkszanger zoals André Hazes, met een vast schare fans die haar trouw blijft wanneer populair succes uitblijft. Ze schrijft zelf geen teksten of muziek, is dus afhankelijk van anderen, wat zo nu en dan rampzalig heeft uitgepakt. En ze is een vrouw, die het zonder het aura van onverwoestbare bohémien moet stellen dat Ramses Shaffy in staat heeft gesteld jaren van creatieve impasse te overleven.


Maar al die handicaps had List gemakkelijk in haar voordeel kunnen uitbuiten, als Nederland niet Nederland was geweest. Liesbeth List zou inmiddels allang de diva van het vaderlandse lied moeten zijn. Ze heeft alles wat nodig is voor die rol: een prachtige onaangedane stem met een zwoel timbre, waarmee ze niet zozeer emoties vertolkt, maar waarin emoties doorklinken. Ze heeft een bijpassend wereldse uitstraling, een even Hollands als romantisch verleden als dochter van een Vlielandse vuurtorenwachter. Ze heeft liederen gezongen die verankerd liggen in de vaderlandse cultuur; haar Brel-plaat zou in iedere Hollandse platenkast moeten staan, naast Brel zelf. In plaats van meewarigheid voor een zangeres die maar blijft doorkwakkelen, zou ze bewondering moeten oproepen. Het soort bewondering dat zulke zangeressen verdienen, een beetje dwaas, een beetje klakkeloos. Ze zou, kortom, tot aan haar dood op handen gedragen moeten worden.
Maar List is nu een zielige zangeres. In interviews mag ze graag klagen dat het tegenwoordig allemaal zoveel minder is en dat het vroeger ook al niet geweldig was. Platenmaatschappijen moeten haar niet, tekstschrijvers laten haar in de steek, het publiek lust haar niet meer (Vorige week in de Nieuwe Revu: "Ik kon natuurlijk wel weer een programma schrijven en tussen Groningen en Brussel op en neer gaan, maar ik kon het niet hebben dat ik lege zalen had. Tweehonderd à driehonderd mensen. Ik was gewend aan achthonderd, negenhonderd.") Nu ze dan eindelijk na al die jaren weer een plaat heeft mogen maken, bedankt ze met overdreven deemoed de ‘goden' van de Nederlandstalige pop die meegedaan hebben, alsof die háár niet dankbaar zouden moeten zijn voor het feit dat ze met haar mochten werken. (En wel héél zielig klinkt de slotregel van haar dankwoord: "Soms is het lot mij aardig gezind.")


Diva
Het is een goed teken dat iemand uit een jongere generatie zich nu over List heeft ontfermd: Frank Boeijen, gevoelige jongen bij uitstek, een van de weinige zangers die de traditie van het Nederlandse literaire lied in leven proberen te houden. Boeijen kan mooie teksten schrijven, vooral wanneer hij niet nadrukkelijk poëtisch wil zijn. Zijn arrangementen geven de stem van List de ruimte, al verliezen ze zich hier en daar in strijkerspathetiek. Er staan hele mooie liederen op deze cd. Alleen een zangeres als List kan een riskante tekstregel als Heb me lief/heb me lief/heb dit lichaam lief ( De verzoening ) natuurlijk en ontroerend laten klinken. Er staan ook een paar afgrijselijke nummers op ( Vrijheid , een volkomen debiele ode aan het nieuwe Zuid-Afrika, en De aanhouder wint , het laatste geschreven door de populaire troubadour Stef Bos, een mengeling van gemakkelijk moralisme en holle beeldspraak). Maar een diva kan zich wel wat wansmaak permitteren.


De nieuwe cd met Boeijen zal het begin moeten zijn. Nu hij zijn beschermende arm om haar schouder heeft geslagen, is hij is min of meer verplicht nog minstens drie platen met List vol te zingen (en dan alle nummers voor haar te schrijven). Vanaf nu moet List één cd per jaar maken, die stuk voor stuk worden uitgebracht, of ze nu verkopen of niet. Om het jaar krijgt ze min of meer automatisch een Edison of wat er nog meer is en minstens één keer per jaar ook moet List een concert geven in een vol Concertgebouw of Carré, waarbij ze onbekommerd oud repetoire zingt, dat iedereen in de zaal uit zijn hoofd kent. De zangeres zal veel gevraagd worden op de televisie, niet alleen in de 5-uur show of in al die andere ramsjprogramma"s, maar bij Hanneke Groenteman in De Plantage en als muzikaal en poëtisch hoogtepunt in de nachtsalon van Michaël Zeeman. En List moet vanaf nu natuurlijk ook veel voor de koningin zingen, die nu nog denkt dat sjieke muziek alleen een anoniem werk voor blokfluit uit de Middeleeuwen kan zijn.


Nederlandse schrijvers zullen in de rij staan om teksten voor haar te mogen schrijven en het keer op keer opnieuw proberen wanneer ze hun werk zonder commentaar teruggestuurd krijgen. En over een paar jaar zal ze Paul de Leeuw er weer helemaal bovenop helpen door zich te verwaardigen een duet met hem te zingen.
Zo moet het en niet anders; en je zult zien dat in haar voetsporen het Nederlandse literaire lied opnieuw zal opbloeien. Alleen daarom al is het verstandig om Liesbeth List te koesteren als het nationale cultuurgoed dat ze is. Dat is geen straf, het kost heel weinig en wat nog mooier is, je hebt er Aad Nuis niet bij nodig.

Noot:
Bovenstaande uitspraken zijn verzameld door Daan Bartels, met dank aan Bas Heijne.

©LIESBETHLIST.NL

  • c-facebook
  • c-tbird